Enjil ligt op een grote open vlakte midden in het Atlasgebergte, dit was onze eerste ontmoeting met het kamp waar wij de komende nachten in zouden slapen. Zo’n 20 nomaden reisden met ons mee om iedere avond met allerlei tenten een centraal plein te creeren. Op dit plein kon je eten krijgen, elkaar ontmoeten, vuur maken en op een groot scherm werd de compilatie van de dag uitgezonden. Het waaide echter zo hard dat er geen een tent omhoog was getrokken en er dit keer alleen wat tentjes voor het eten waren. Je kon elkaar nauwelijks verstaan en om de zoveel tijd vloog er een tent weg die door de wind gegrepen was. Gelukkig is er op dit moment de franse gastvrijheid, wi j werden aangesproken door twee Franse jongens die zich in dezelde ellende begaven. De eerste vraag was uiteraard, Tu bois? Onze eerste Franse vrienden waren gemaakt.
Onze tent is die nacht soms een halve meter van de grond gekomen en af en toe is een van ons gaan checken of de buitentent er uberhaupt nog wel op zat. De volgende dag kregen wij hetgeen waar we recht op hadden. Zon en onze eerste rit richting het zand.





